Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0183.

25 De betreffende passages gaan vooral over wat tussen partijen "de declaratiekwestie" wordt genoemd, waarover in de ontbindingsprocedure, blijkens de stukken uit die procedure, ook uitvoerig is gedebatteerd. Nieuw is slechts de stelling dat er ook (achteraf gebleken) ongenoegen zou hebben bestaan ov[verweerders] verlangens m.b.t. Joodse religieuze verplichtingen. Juist die stelling wordt echter in de ter staving daarvan aangevoerde producties (prod 20 a en b bij de conclusie van repliek in eerste aanleg) niet bevestigd, wat geredelijk kan verklaren waarom de rechtbank daaraan voorbij is gegaan (evenals de kantonrechter in eerste aanleg had gedaan). De verklaring van [betrokkene 2] waarnaar het middelonderdeel verwijst heb ik in de stukken niet kunnen vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e, en de alinea staat in dat document op bytes 46260 tot 47042.