Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0183.
22) Ik herhaal thans een eerder verdedigd uitgangspunt: men mag niet te gemakkelijk aannemen dat een rechthebbende van een bepaalde aanspraak is verstoken omdat hij, achteraf bezien, die aanspraak misschien adequaat geldend had kunnen maken in een ontbindingsprocedure. Het voor de (pretense) crediteur nadelige gevolg mag dus pas worden ingeroepen in die gevallen waarin het bepaald aangewezen was om de betreffende aanspraak in de ontbindingsprocedure geldend te maken. Het feit dat er een "grijs gebied" blijkt te bestaan waarbinnen gerede twijfel mogelijk is over de vraag of een aanspraak in een ontbindingsprocedure volledig en adequaat kan worden beoordeeld - ik verwijs naar mijn eerdere beschouwingen over een glijdende schaal - dringt dat nader aan: van het feit dat in dit opzicht gerede twijfel mogelijk is, zou een bona fide crediteur(22) niet het slachtoffer moeten (kunnen) worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e, en de alinea staat in dat document op bytes 32214 tot 33123.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e | shasum -a 256