Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0183.

28) Dat geldt, naar ik meen, ook voor [eisers] in alinea 27 hiervóór nog niet genoemde vordering, namelijk de vordering die ertoe strekte dat de bank werd veroordeeld tot het verstrekken van een nader tegenrapport of rectificatierapport. In rov. 12 heeft de rechtbank geoordeeld dat in de ontbindingsvergoeding was verdisconteerd dat [eiser] door het niet kunnen beschikken over een dergelijk rapport nadeel heeft geleden, met als kennelijk (en ook heel begrijpelijk) uitgangspunt dat er niet alsnog een dergelijk rapport zou komen. Dan is het alsnog vorderen van het betreffende (tegen)rapport inderdaad slechts te beoordelen als het hernieuwd vragen van redres, op een punt waar de aanspraak op redres al in volle omvang was beoordeeld (en ook met de toekenning van een extra vergoeding was gehonoreerd(23)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e, en de alinea staat in dat document op bytes 37793 tot 38619.