Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0189.
5.4 De preferentie van art. 3:288 aanhef en sub e BW, eerste zinsdeel BW ziet slechts op verplichtingen van de werkgever, die opeisbaar zijn geworden in het lopende of voorafgaande kalenderjaar. Daarvan is geen sprake omdat art. 8 lid 4 PSW (oud) IMK de vrijheid liet om de affinanciering uit te smeren over de periode van de ontslagdatum tot de pensioendatum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695, en de alinea staat in dat document op bytes 8409 tot 8783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695 | shasum -a 256