Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0189.

In subonderdeel 2.3 betoogt [eiser] ten slotte dat het oordeel van de rechtbank blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, voor zover zij heeft geoordeeld dat de vordering van [eiser] tot vergoeding van zijn schade niet op grond van art. 3:288 aanhef en onder d BW is bevoorrecht. Ook voor deze vordering geldt volgens [eiser] dat zij is aan te merken als een vordering ter zake van hetgeen waarop een gewezen werknemer ter zake van in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen jegens de werkgever recht heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695, en de alinea staat in dat document op bytes 12300 tot 12851.