Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0189.
2.14 [Eiser] heeft bij het subonderdeel echter slechts belang, als zijn vordering kan worden aangemerkt als een vordering "ter zake van (...) al hetgeen een werknemer over het lopende en het voorafgaande kalenderjaar in geld op grond van de arbeidsovereenkomst van zijn werkgever te vorderen heeft", een en ander in de zin van art. 3:288 aanhef en onder e, eerste zinsdeel BW. Alhoewel een aanspraak op affinanciering van de premievrije aanspraak in de regel met de pensioentoezegging en daarmee met de arbeidsovereenkomst in verband kan worden gebracht, kan zodanige aanspraak naar mijn mening niet als een op de arbeidsovereenkomst berustende aanspraak in geld van de werknemer op de werkgever worden gekwalificeerd. De aanspraak die de werknemer in dit verband in geld heeft, is de (tot het niveau van het evenredig ouderdomspensioen te verhogen premievrije) aanspraak op pensioen. In door de PSW beheerste situaties heeft de werknemer die aanspraak echter niet op de werkgever, maar op pensioenfonds of verzekeraar. Jegens de werkgever kan de werknemer er mijns inziens wèl aanspraak op maken dat de werkgever zijn verplichting tot affinanciering jegens pensioenfonds of verzekeraar naar behoren nakomt. Dat is echter geen aanspraak in geld, die op grond van art. 3:288 aanhef en onder e, eerste zinsdeel BW kan zijn geprivilegieerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695, en de alinea staat in dat document op bytes 30792 tot 32144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695 | shasum -a 256