Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0189.

2.15 In verband met de betekenis van de zinsnede "al hetgeen een werknemer (...) in geld op grond van de arbeidsovereenkomst van zijn werkgever te vorderen heeft" moet worden bedacht dat art. 3:288 aanhef en onder e, eerste zinsdeel BW eenzelfde regel beoogt te geven als art. 1195 aanhef en onder 6 (oud) BW, dat van "loon" sprak(23). Voor een andere redactie is slechts gekozen omdat de rechtspraak de neiging vertoonde het loonbegrip te eng te interpreteren:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34578cfaab509a8ba1c5cf4f999883497414e1006f08fdaa4e19a789d1521695, en de alinea staat in dat document op bytes 32164 tot 32639.