Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 160 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0193.

4.37. Dit laatste strookt m.i. met het communautairrechtelijke effectiviteitsbeginsel. Indien immers belanghebbende, ondanks het aanwenden van alle ten dienste staande rechtsmiddelen in een eerste procedure uiteindelijk aan het kortste eind trekt, en vervolgens opnieuw zijn recht zoekt, nadat in een door derden geëntameerde procedure gebleken is dat het recht (mogelijk) toch in voor hem gunstige zin dient te worden uitgelegd, lijkt het moeilijk verteerbaar dat hij in de nieuwe procedure zijn neus stoot omdat inmiddels sprake zou zijn van termijnoverschrijding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f88752365689349a4e8badfe7e043cfe275e68dcd88ea4a3bb7fafae1cc02c0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f88752365689349a4e8badfe7e043cfe275e68dcd88ea4a3bb7fafae1cc02c0e, en de alinea staat in dat document op bytes 70706 tot 71287.