Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0201.
14. Ik kan dan in het midden laten of de rechter, in die gevallen waarin bandopnames zijn overgelegd en daarbij wél duidelijk is gemaakt welke stellingen daarin worden verdedigd of onderbouwd en wat kennisneming van de bandopnames tot die stellingen kan bijdragen, daardoor verplicht is om van het overgelegde materiaal kennis te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a, en de alinea staat in dat document op bytes 13589 tot 13940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a | shasum -a 256