Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0201.
16. Als er inderdaad gevallen zijn waarin het, ter wille van de eerlijke gang van zaken in de procedure, aangewezen is dat bandmateriaal alleen in tegenwoordigheid van alle betrokkenen wordt gepresenteerd, heeft dat volgens mij ook consequenties voor de manier waarop met dat bewijsmiddel moet worden omgegaan. Voor schriftelijk bewijs geldt dat de rechter dat, voorzover het correct en met voldoende toelichting in het geding is gebracht, moet beoordelen. Voor instructiemaatregelen zoals een descente, een comparitie of een verhoor van deskundigen geldt geen vergelijkbare verplichting. Voor zulke maatregelen is het aan de (feiten)rechter om te beoordelen of hij daaraan behoefte heeft, of meent dat de zaak daarzonder voldoende duidelijk is gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a, en de alinea staat in dat document op bytes 15967 tot 16734.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a | shasum -a 256