Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0201.
22. Dat de in onderdeel 5 c. genoemde omstandigheid kon bijdragen tot het oordeel dat de kinderen in een onmogelijke situatie terecht (zijn ge)komen behoefde geen nadere uitleg: dat is volkomen vanzelfsprekend. Dat het hof de situatie zoals die uit de processtukken naar voren komt als "onmogelijk" heeft beoordeeld vind ik goed te begrijpen. Een dergelijke situatie is - ruimschoots - voldoende om een beperking van de door art. 8 EVRM beoogde rechten te rechtvaardigen - en (ook) dat behoefde, anders dan het middelonderdeel wil, geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a, en de alinea staat in dat document op bytes 20941 tot 21510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a | shasum -a 256