Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0201.
10 Zie voor de vraag hoe de rechter met schriftelijke bewijsstukken moet omgaan bijvoorbeeld HR 24 december 1993, NJ 1994, 194. Zie voor de uitzonderingen - dus gevallen waarin de rechter van schriftelijke stukken geen kennis hoeft te nemen, of daar zelfs geen kennis van mag nemen - bijvoorbeeld HR 10 oktober 1997, NJ 1998, 473 en de annotatie van Vranken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a, en de alinea staat in dat document op bytes 25088 tot 25459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfd9f2820a8cc99c7116e3aa2fe422fd553066214e0c94c7d2b5623a0128360a | shasum -a 256