Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0204.

"Beschouwen wij de wettekst, dan kunnen we constateren dat het belang van het kind vaak slechts fungeert als benedengrens die bij een in beginsel geïndiceerde toewijzing van een verzoek niet mag worden overschreden. (...) De rechter wijst het desbetreffende verzoek slechts af indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd (...). Voor afwijzing dienen sterke contra-indicaties te bestaan. Men zou hier kunnen spreken van een - voor de verzoeker - welwillend gebruik van het belang van het kind-criterium (...). (...) Verg. ook de zwakkere variant van dit welwillend gebruik van het belang van het kind-criterium in art. 253t lid 5 onder c en 282 lid 7 onder c."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eca3fdc118904b26b83233235b98158e088595095e19061dbaf00a9f0f402992. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eca3fdc118904b26b83233235b98158e088595095e19061dbaf00a9f0f402992, en de alinea staat in dat document op bytes 15808 tot 16539.