Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0205.
"3.3 Voor een man en voor het kind waarvan hij de biologische vader is en tot hetwelk hij in een als vie familiale/family life in de zin van art. 8 lid 1 EVRM aan te merken relatie staat, ligt in deze verdragsbepaling besloten dat zij in beginsel over en weer aanspraak erop hebben dat hun relatie rechtens wordt erkend als familierechtelijke rechtsbetrekking. Dit brengt, wanneer wordt uitgegaan van een stelsel als dat van de art. 1:221 en 222 BW, mee dat aan een zodanige vader in beginsel de mogelijkheid van erkenning van het kind niet kan worden onthouden. Wel kan het in een democratische samenleving nodig zijn deze mogelijkheid in te perken, o.m. ter bescherming van de rechten van de andere bij het vestigen van familierechtelijke betrekkingen onmiddellijk betrokkenen, het kind en zijn moeder. Of zulks het geval is en tot welke beperkingen afweging van de betrokken rechten leidt, staat in de eerste plaats ter beoordeling van de wetgever. Blijkens een bericht in de Nederlandse Staatscourant van 14 juli 1986 (nr. 132) en de conclusie van het OM onder 2.2 is nieuwe wetgeving ter zake in een vergevorderd stadium van voorbereiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae, en de alinea staat in dat document op bytes 13736 tot 14893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae | shasum -a 256