Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0205.
In verband daarmede meent de HR zich thans ervan te moeten onthouden ten gronde in te gaan op de vraag welke beperkingen van de mogelijkheid tot erkenning verenigbaar zijn met art. 8 EVRM. In afwachting van die wetgeving moet evenwel worden aangenomen dat met die verdragsbepaling in elk geval niet valt te verenigen dat de mogelijkheid tot erkennen wordt beperkt door een niet voor rechterlijke toetsing vatbaar vetorecht van de moeder van het kind. Een redelijke, met art. 8 EVRM rekening houdende uitleg van het huidige recht brengt daarom mede dat, ook al weigert de moeder de daartoe vereiste toestemming, langs de onder 3.2 bedoelde weg toch een rechtsgeldige erkenning tot stand kan komen wanneer de weigering van de moeder om toestemming tot erkenning te verlenen slechts kan worden opgevat als misbruik van de bevoegdheid die in art. 1:224 lid 1, aanhef en onder d, besloten ligt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae, en de alinea staat in dat document op bytes 14901 tot 15804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae | shasum -a 256