Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0205.

"3.4. (...) Zoals de HR in zijn eerdergenoemde beschikking van 8 april 1988 heeft overwogen, brengt het bepaalde in art. 8 lid 1 EVRM mee, dat in beginsel aan de biologische vader van een kind die met dat kind gezinsleven heeft in de zin van dat artikel, in een stelsel als dat van de art. 1:221 en 1:222 BW, de mogelijkheid van erkenning van het kind niet kan worden onthouden. Wel kan die mogelijkheid worden beperkt wanneer dat in een democratische samenleving nodig is, onder meer ter bescherming van de rechten van anderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae, en de alinea staat in dat document op bytes 18024 tot 18565.