Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0205.
3.5. De eerdergenoemde beschikking van de HR van 8 april 1988, waaraan het hof in zijn rechtsoverwegingen refereert, moet in het licht van het vorenoverwogene worden gelezen. In die beschikking wordt niet verder gegaan dan dat wordt geoordeeld dat in elk geval "een niet voor rechterlijke toetsing vatbaar vetorecht van de moeder van het kind'' niet met art. 8 is te verenigen en dat daarom een rechtsgeldige erkenning ook zonder toestemming van de moeder tot stand kan komen wanneer haar weigering slechts als misbruik van haar bevoegdheid kan worden opgevat. Deze beschikking moet voorts in verband worden gezien met de bijzondere aard van het geval dat daar aan de orde was, hierdoor gekenmerkt dat de moeder al geruime tijd geen contact met het kind meer had en van de voogdij over hem was ontheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae, en de alinea staat in dat document op bytes 19741 tot 20557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d3b6659389e33af3a98116298eda3470c3da08608a42d40f702e23f2352ae | shasum -a 256