Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0219.

16. Voorts klaagt het middel dat er geen sprake is van het doen of laten ontstaan van bovenmatige schulden in de zin van art. 350 lid 3 sub d Fw en dat dit in feitelijke instanties ook niet is aangevoerd. Kennelijk wordt met deze klacht bedoeld dat onjuist althans onbegrijpelijk is dat het Hof de beëindiging van de schuldsaneringsregeling (mede) heeft gebaseerd op sub d. Aldus opgevat mist zij feitelijke grondslag. Het Hof heeft slechts de beëindigingsgrond van art. 350 lid 3 sub c Fw aan zijn beslissing ten grondslag gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28900c5d1e726adffea13ff30d60961e176d413baacb9a86ce9d3af62398dde7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28900c5d1e726adffea13ff30d60961e176d413baacb9a86ce9d3af62398dde7, en de alinea staat in dat document op bytes 12512 tot 13058.