Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.
19. Het hof heeft geoordeeld dat, in aanmerking genomen de ernst van het misdrijf, de onwaarschijnlijkheid van een veroordeling van verzoeker zonder de verklaring van [getuige 1], en de omstandigheid dat [getuige 1] geen verklaring zou hebben afgelegd zonder tegenprestatie van de kant van het openbaar ministerie, het sluiten van de overeenkomst noodzakelijk was. Het heeft verder geoordeeld dat de tegenprestatie van de Staat in een redelijke verhouding staat tot de door [getuige 1] op zich genomen verplichting. Op deze gronden is het hof tot het oordeel gekomen dat de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht zijn genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 17714 tot 18374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15 | shasum -a 256