Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.
20. Ten aanzien van de toelaatbaarheid van de door het openbaar ministerie gedane toezeggingen heeft het hof geoordeeld dat zich hier niet een situatie voordoet als aan de orde was in HR NJ 1999, 567. Anders dan daar het geval was, is in de overeenkomst van 19 maart 1999 immers geen sprake van een toezegging tot het achterwege laten van executie van een door de rechter opgelegde straf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 18394 tot 18796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15 | shasum -a 256