Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.
22. Zover kan het echter alleen komen als verzoeker aannemelijk weet te maken dat die afspraak inderdaad heeft bestaan. Hij dient ingevolge het bepaalde in artikel 459 Sv, op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag, bewijsmateriaal over te leggen waaruit de omstandigheid waarop het verzoek steunt kan blijken. Daarin schiet de aanvraag mijns inziens tekort. De in het verzoek betrokken stelling dat aan [getuige 1] ter uitvoering van een geheime overeenkomst de gelegenheid werd geboden om te ontsnappen wordt immers op geen enkele wijze met bewijsmateriaal ondersteund. Uit de op zichzelf staande omstandigheid dat het openbaar ministerie in december 2001 [getuige 1] heeft weten te traceren kan voorts het bestaan van de door het verzoek veronderstelde afspraak niet blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 19784 tot 20586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15 | shasum -a 256