Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.

30. De bij mij opkomende vraag was, of aan iemand met een vreemde nationaliteit een dergelijk weekendverlof wel kan worden verleend. Daarvoor bieden de artikelen 3 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden en 4 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, uitsluitsel. Het eerste artikel bepaalt dat in beperkt beveiligde inrichtingen kunnen worden geplaatst: zelfmelders, en gedetineerden die (a) een beperkt vlucht- en maatschappelijk risico vormen; (b) een strafrestant hebben van maximaal achttien maanden; en (c) beschikken over een aanvaardbaar verlofadres. Het tweede artikel bevat de weigeringsgronden voor verlening van tijdelijk verlof, waaronder, onder j., het ontbreken van een aanvaardbaar verlofadres. Van de zijde van de afdeling rechtspositie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming vernam ik dat tot dusver de vraag of iemand met de Belgische nationaliteit bij voorbaat geen aanvaardbaar verlofadres heeft en dus niet in aanmerking komt voor weekendverlof nimmer werd beantwoord. Gelet op de omstandigheid dat in de kroongetuigenovereenkomst voorzien werd in begeleid verlof van [getuige 1] naar zijn dochtertje, welk begeleid verlof zich niet buiten de grenzen van de Nederlandse rechtsmacht kan afspelen, ga ik ervan uit dat [getuige 1] een verlofadres in Nederland had, waarvan de details begrijpelijkerwijs om veiligheidsredenen niet in het dossier worden geopenbaard, zelfs niet óf dit in Nederland is gelegen. Maar dit kan niet anders. Gezien de mogelijke gevolgen van het zich onttrekken aan verdere strafexecutie voor de Belgische vluchteling naar België (internationale signalering; een verzoek tot overname van strafvervolgingen en/of strafexecutie; vervallen van de overeengekomen strafkorting) komt het mij voor dat het vluchtgevaar beperkt mocht worden ingeschat, in overeenstemming dus met de eis onder a. van genoemd artikel 4: slechts het ernstige vermoeden dat de gedetineerde zal proberen zich aan de detentie te onttrekken vormt een weigeringsgrond. Uit de omstandigheid dat [getuige 1] niet van verlof is teruggekeerd valt niet de conclusie te trekken dat er dus een geheime afspraak daartoe heeft bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 25713 tot 27924.