Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.

31. De gang van zaken overziende meen ik niet dat hierin een gegronde reden kan worden gezien die aan de ambtsedige verklaring van mr Harderwijk dat geen geheime afspraak bestaat, afbreuk doet. Tot zover mijn ambtshalve excursie. De conclusie was reeds dat namens verzoeker geen bewijs van een geheime afspraak is overgelegd - hetgeen wel een wettelijke verplichting is bij een herzieningsverzoek -, laat staan geleverd; terwijl mijn conclusie na het vorenstaande luidt dat ambtshalve evenmin een aanwijzing voor het bestaan van een zodanig afspraak valt aan te tonen. Ik blijf derhalve bij mijn onder 23 neergeschreven oordeel dat het verzoek in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard (wegens onvoldoende onderbouwing).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 27944 tot 28686.