Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.
34. Indien een aanvraag tot herziening is gebaseerd op een getuige die op een eerdere verklaring terugkomt dan geldt in zijn algemeenheid dat de aanvrager van herziening aannemelijk moet maken dat en waarom getuigen op een hem belastende verklaring terugkomen (vgl. HR 29 april 1997, NJ 1997, 688, en HR 11 juni 2002, nr. 01151/01 H). Het ligt in de lijn van die rechtspraak dat indien nieuwe verklaringen als herzieningsgrond worden opgevoerd ter ondermijning van (de betrouwbaarheid van) tot het bewijs gebezigde getuigenverklaringen, door de aanvrager aannemelijk zal moeten worden gemaakt dat en waarom deze laatst genoemde getuigenverklaringen niet de waarheid bevatten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 30314 tot 31002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15 | shasum -a 256