Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.

43. Al met al heeft het er alle schijn van dat [getuige 2] een manier heeft gezocht de voor hem zeer belastende verklaringen van [getuige 1] te ontkrachten om zo zijn eigen hachje te redden. Hij heeft daartoe naar het meest voor de hand liggende middel gegrepen: [getuige 1] heeft gelogen om strafvermindering te krijgen. Uit het voorgaande volgt mijns inziens dat de verklaringen van [getuige 2] op het cruciale punt van verzoekers aan- of afwezigheid juist niets inhouden en overigens inhoudelijk niet overtuigen omdat hij zijn eigen rol overduidelijk bagatelliseert. Ik wijs op rechtspraak waar als element van betrouwbaarheid wordt gezien de omstandigheid dat een verklaring wordt afgelegd die juist óók belastend is voor degene die haar aflegt, en niet alleen voor een ander (HR 16 maart 1965, NJ 1965, 269, m.nt. WP). Onder de bovenstaande goede redenen om aan de betrouwbaarheid van die verklaringen te twijfelen valt zeker ook de veroordeling van [getuige 2] voor wat hij bij hoog en bij laag heeft ontkend te hebben medegepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 41175 tot 42229.