Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0227.
48. Terzijde wil ik nog opmerken dat de herzieningprocedure uit zijn voegen zou barsten indien zij een herkansing zou geven aan een raadsman die in feitelijke aanleg niet verklaarde door zijn cliënt gemachtigd te zijn, en die daarom krachtens het nieuwe artikel 279 Sv het woord niet is verleend voor het voeren van verweren die een nieuw licht op de zaak tegen zijn cliënt zouden kunnen werpen (ik wijs op middel V - over de kroongetuigenovereenkomst - in de cassatiezaak van verzoeker, HR 23 oktober 2001, NJ 2002, 77, m.nt. JR, welke middel reeds niet voor bespreking in aanmerking kwam omdat de klacht pas na ommekomst van de wettelijke termijn werd duidelijk gemaakt, maar ook overigens niet besproken zou zijn: HR 23 april 2002, NJ 2002, 338, m.nt. Sch). Wat is een novum in dit nieuwe verband?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15, en de alinea staat in dat document op bytes 44527 tot 45342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed2b5ab2f842762bed9d30e2343ccd17dce5068e508108d4879829284faed15 | shasum -a 256