Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 169 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0412.
De plaats van het voor de omzetbelasting belastbare feit is daarmee echter nog niet gegeven. Uit de jurisprudentie volgt dat de bewijsfictie van artikel 34, derde lid, Verordening communautair douanevervoer, niet geldt voor de omzetbelasting. Echter, indien het kantoor van vertrek van de goederen, de laatst bekende plaats waar de douaneautoriteit de goederen feitelijk onder toezicht had in Nederland is gelegen en het het door de Inspecteur ingestelde (summiere) onderzoek niet heeft uitgewezen wat er feitelijk met de goederen is gebeurd, dan komt het mij voor dat het vermoeden is gewettigd dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan 'in Nederland'. Indien de inspecteur zich op dit standpunt stelt, dan ligt het vervolgens op de weg van de omzetbelastingplichtige om dit vermoeden te weerleggen. Een andere verdeling van de bewijslast omtrent de plaats van onttrekking laat zich ook moeilijk voorstellen in het licht van de door mij voorgestane verdeling van de bewijslast omtrent het belastbare feit zelf. Voorts is deze benadering in overeenstemming met de vrije bewijsleer en leidt het naar mijn mening tot een alleszins redelijke verdeling van de bewijslast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 53122 tot 54307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2 | shasum -a 256