Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 283 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0412.

Nu artikel 62, eerste lid, Wet Acc. qua strekking geheel en qua tekst nagenoeg geheel overeenkomt met het bepaalde in artikel 22, eerste lid, Wet OB'68, meen ik dat voor het tijdstip van verschuldigdheid van accijnzen bij invoer mutatis mutandis hetzelfde heeft te gelden als hetgeen ik betoogde voor de omzetbelasting. Derhalve zijn accijnzen verschuldigd op het tijdstip als bedoeld in artikel 114, tweede lid, WD, welk tijdstip overeenkomt met het tijdstip van verschuldigdheid van invoerrechten ingevolge artikel 3, aanhef en onderdelen c en d, Richtlijn douaneschuld en het tijdstip van verschuldigdheid ingevolge artikel 3, aanhef en onderdelen c en d, Verordening douaneschuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 89747 tot 90445.