Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0412.

"6.2. De omstandigheid dat in het onderhavige geval geen mededeling als bedoeld in artikel 379, lid 1, UCDW(19) is gedaan staat in dit geval de heffingsbevoegdheid van Nederland noch de juistheid van de navordering in de weg. De termijn van drie maanden als bedoeld in lid 2 van genoemd artikel is dwingend voorgeschreven voor het geval de terugzendingsexemplaren niet op het kantoor van vertrek zijn terugontvangen, maar geldt niet voor het onderhavige geval, waarin pas na geruime tijd bij een controle achteraf - het document was toen al als "gezuiverd" aangemerkt - van de valsheid van de stempels op het terugzendingsexemplaar is gebleken, terwijl dan omtrent de daadwerkelijke bestemming van de goederen niets meer bekend kan worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 21239 tot 21992.