Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0412.

2.3.7 Het komt mij voor dat de door Van Brummelen en Jobse aangehaalde en onderschreven inzichten, voor wat betreft de gevolgen van het niet-aanbrengen van goederen bij het kantoor van bestemming, juist zijn. Ingeval sprake is van valse handtekeningen en stempels op het T1-document en voorts de goederen niet bij het kantoor van bestemming zijn aangebracht, dan wettigt dat mijns inziens het vermoeden dat de goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken(30). Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt dan met zich mee dat het op de weg ligt van de aangesproken douaneschuldenaar om dit vermoeden te weerleggen door aannemelijk te maken dat de goederen niet zijn onttrokken(31).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69ecd66220853986871c7ccdb08aadd1bfaa972793b1dbe0b2aaae2e88e5cbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 30744 tot 31446.