Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0451.
7. De uitleveringsrechter dient in zijn uitspraak, voor zover thans van belang, nauwkeurig aan te geven met betrekking tot welke feiten de uitlevering toelaatbaar wordt verklaard. Niet is vereist, hetgeen door de steller van het middel wordt miskend, dat wordt vermeld hoe de feiten naar Nederlands recht zijn te kwalificeren. Daarentegen is het vermelden van slechts de kwalificatie onvoldoende om te voldoen aan de eis van een nauwkeurige vermelding van de feiten. Ik verwijs naar HR 22 mei 2001, NJ 2001, 467 voor een geval waarin de Hoge Raad oordeelde dat de uitspraak van de uitleveringsrechter geen genoegzame vermelding van de feiten inhield(1). In het onderhavige geval is de vermelding van alle feiten in strijd met art. 28, derde lid, UW slechts in kwalificatieve termen gesteld en dus onvoldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04fb9ea9ae47ebc30284aee73e8e8429ab6de7d24bf249b62f00b7148b4f7178. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04fb9ea9ae47ebc30284aee73e8e8429ab6de7d24bf249b62f00b7148b4f7178, en de alinea staat in dat document op bytes 7726 tot 8549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04fb9ea9ae47ebc30284aee73e8e8429ab6de7d24bf249b62f00b7148b4f7178 | shasum -a 256