Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0644.
2.22 Het oordeel van de Ondernemingskamer dat het voorschot niet is aangewend om de bouwactiviteiten van [C] B.V. te financieren, kan voldoende steun in de verslagen van de deskundigen niet worden ontzegd. In zijn verslag onder 6.04 heeft mr. Wind vastgesteld dat op 30 augustus 1994 in totaal ƒ 2.731.875,- als voorschot is betaald. Over dit voorschot heeft hij onder meer geschreven: "De betaling van voornoemd totaalbedrag heeft plaatsgevonden aan [verzoekster] en niet aan, zoals uit de tekst van de overeenkomst zou moeten blijken, [C] B.V.." En verderop: "Ook blijkt uit het 'Schema betalingen' dat de te ontvangen bedragen de facto zijn gebruikt voor de 'inkoop' van [verzoekster] in Scaldia en het 'verstrekken' van de achtergestelde lening." Aan het verslag van mr. Wakkie (3.3.4) ontleen ik het volgende citaat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7, en de alinea staat in dat document op bytes 43263 tot 44098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7 | shasum -a 256