Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0644.

Hiervoor kwam al aan de orde, dat de cassatieklachten van onderdeel K, die zijn gericht tegen het oordeel dat (het laten voortduren van) de bedoelde belangenverstrengeling als wanbeleid moet worden aangemerkt, naar mijn mening tevergeefs worden voorgesteld. Daardoor resteert in verband met de onderhavige subklacht slechts de vraag of de Ondernemingskamer terecht en begrijpelijk uit de verslagen van de onderzoekers heeft afgeleid dat [verzoekster] concreet en individueel voor dit aspect van het gevoerde wanbeleid verantwoordelijk is. Waar de bedoelde belangenverstrengeling [verzoekster] als enige van de bij de vennootschap betrokkenen aanging en [verzoekster] het bovendien in haar vermogen had die belangenverstrengeling te ontvlechten door zich als bestuurder van de vennootschap terug te trekken, geeft het aangevochten oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk en is het evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7, en de alinea staat in dat document op bytes 59364 tot 60292.