Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0644.
2.15 De klacht kan reeds hierom niet tot cassatie leiden, omdat zij de met het oog op de art. 407 lid 2 en 426a lid 2 Rv vereiste bepaaldheid mist. [Verzoekster] verduidelijkt niet, in het licht van welke van haar stellingen het aangevochten oordeel onvoldoende zou zijn gemotiveerd en waar in de stukken van het geding voor de Ondernemingskamer zij de betrokken stellingen heeft betrokken. Ook is niet duidelijk wat [verzoekster] bedoelt met het eerste deel van het middel en welke stellingen volgens haar ten onrechte als feiten zijn opgenomen; zou [verzoekster] hier naar de onderdelen A-E verwijzen, dan is van belang dat die onderdelen in het voorgaande reeds hun weerlegging hebben gevonden. [Verzoekster] verduidelijkt ten slotte evenmin waar, op welke gronden en tegen welke financiële vaststellingen in het rapport van mr. Wakkie zij zou hebben geopponeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7, en de alinea staat in dat document op bytes 30622 tot 31502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7 | shasum -a 256