Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0644.
2.20 De beide onderzoekers hebben omstandig gemotiveerd waarom naar hun opvatting geen redelijk argument ten grondslag heeft gelegen aan het aan [verzoekster]/[C] B.V. betaalde voorschot(24). Zo hebben de onderzoekers aangevoerd dat het voorschot is betaald aan [verzoekster] (en niet aan [C] B.V.), dat dit voorschot de facto voor de inkoop van [verzoekster] in Scaldia en voor het verstrekken van de achtergestelde lening is aangewend en dat verrekening van het voorschot eerst aan het einde van het project behoefde plaats te vinden(25). Daarbij hebben de onderzoekers geenszins miskend dat een zekere bevoorschotting in het kader van aannemingsovereenkomsten op zichzelf niet ongebruikelijk is. Mr. Wakkie heeft daarover opgemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7, en de alinea staat in dat document op bytes 39931 tot 40679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bd68940045187829a2294b8f6ade21c4a0ddd057bd4ebc2eca509dd447433b7 | shasum -a 256