Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0646.
'Naar het oordeel van de rechtbank zijn geïntimeerden er [...] niet in geslaagd (tegen)bewijs te leveren van het in rechtsoverweging 4.3 van de beschikking van 12 januari 2001 aangenomen vermoeden van de juistheid van de stelling van appellanten. De rechtbank overweegt daarbij in het bijzonder dat in casu sprake is van niet onder ede afgelegde onderhandse schriftelijke verklaringen die twee jaar na dato zijn opgemaakt en door eerder genoemde vrouwen van hun handtekening zijn voorzien, terwijl niet duidelijk is geworden wie deze verklaringen heeft geredigeerd. Verder is de rechtbank van oordeel dat het (voorshands) door haar aangenomen bewijs terzake van de juistheid van de stelling van appellanten is bevestigd door de in contra-enquête onder ede afgelegde consistente verklaring van getuige [betrokkene 2].'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c899481af406fa7adf60d0b5241b616df5e8ef133ef4083341f58aed9a088e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c899481af406fa7adf60d0b5241b616df5e8ef133ef4083341f58aed9a088e78, en de alinea staat in dat document op bytes 18772 tot 19605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c899481af406fa7adf60d0b5241b616df5e8ef133ef4083341f58aed9a088e78 | shasum -a 256