Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0690.

2.11 De Rechtbank Rotterdam heeft in haar vonnis van 12 maart 1998 de vorderingen afgewezen. De gevorderde verklaring voor recht wordt onder meer afgewezen omdat door de Rechtbank is vastgesteld dat de notaris onrechtmatig heeft gehandeld (rov. 5.5). De kosten van het aanhangig maken van een tuchtprocedure zijn - op nader aangegeven gronden - geen redelijke kosten in de zin van art. 6:96 BW (rov. 5.6.1). De vordering tot vergoeding van immateriële schade stuit hierop af dat van aantasting in de persoon geen sprake is (rov. 5.6.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/453fce67a88bf18dee7f33bbaf60ed2808ae536afacb93794d4151b586d53330. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 453fce67a88bf18dee7f33bbaf60ed2808ae536afacb93794d4151b586d53330, en de alinea staat in dat document op bytes 16525 tot 17075.