Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0690.

4.6 In rov. 6 brengt het Hof tot uitdrukking dat de feiten in casu zo zeer voor zich spreken en dat daaruit zo in het oog springend blijkt dat de notaris niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris (zie hierboven onder 1.12) dat het adiëren van de tuchtrechter daarvoor gemist kon worden. Hiervan uitgaande kan naar 's Hofs oordeel niet worden gezegd dat de kosten verbonden aan het entameren van de tuchtprocedure redelijk zijn in de zin van art. 6:96 lid 1 onder b BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/453fce67a88bf18dee7f33bbaf60ed2808ae536afacb93794d4151b586d53330. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 453fce67a88bf18dee7f33bbaf60ed2808ae536afacb93794d4151b586d53330, en de alinea staat in dat document op bytes 28994 tot 29535.