Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0692.
2.8 Het moge zijn dat afzonderlijke opdrachten - wellicht - uitgingen van de cliënten en dat de benoeming tot curator in een faillissement uitgaat van de Rechtbank, dat leidt niet tot de slotsom dat art. 6:171 BW buiten beeld verdwijnt. Het is immers eigen aan beroepen zoals die van advocaat dat men een eigen relatie heeft met veel cliënten en opdrachtgevers. Waarop het m.i. aankomt is dat deze werkzaamheden worden verricht ter uitoefening van hetgeen een advocatenkantoor doet. Het permanente karakter van de relatie laat daarover geen redelijke twijfel bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c24d3172f6d6c7364d0a6e42ea34a4d773e4fcd43207b2a80a8cee11e226b1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c24d3172f6d6c7364d0a6e42ea34a4d773e4fcd43207b2a80a8cee11e226b1a, en de alinea staat in dat document op bytes 26513 tot 27095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c24d3172f6d6c7364d0a6e42ea34a4d773e4fcd43207b2a80a8cee11e226b1a | shasum -a 256