Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0694.

2.12 De Rechtbank stelt voorop dat bekendheid in art. 3:310 lid 1 BW in subjectieve zin moet worden verstaan. Daarom moet de aangesprokene stellen en zonodig bewijzen dat de benadeelde daadwerkelijk bekend was met - onder meer - de schade. Dat impliceert dat de benadeelde "voldoende feiten en omstandigheden kent om een causaal verband tussen de schade en de aansprakelijke persoon mogelijk te achten" (rov. 6.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4, en de alinea staat in dat document op bytes 10219 tot 10646.