Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0694.
3.6 Toegegeven moet worden dat niet vereist kán zijn dat de schade boven iedere twijfel verheven vaststaat. Zou zo'n eis worden gesteld dan zou dat ertoe leiden dat de korte verjaringstermijn in meer gecompliceerde gevallen(5) pas zou gaan lopen op het moment dat 1) alle onderzoeken zijn voltooid en 2) deze eenduidig in dezelfde richting wijzen. Zou in zulk een geval de aangesprokene een niet op voorhand kansloos verweer voeren tegen het bestaan van schade (en causaal verband(6))(7) dan zou dat ertoe leiden dat de korte verjaringstermijn nog niet zou beginnen te lopen. In extremis zou het stelsel ertoe leiden dat, ingeval van twijfel, de bekendheid eerst zou bestaan en daarmee de korte verjaringstermijn eerst zou gaan lopen op het moment dat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat sprake is van schade (en causaal verband). Een dergelijk stelsel veroordeelt zich zelf. Een korte verjaringstermijn die eerst een aanvang neemt op een moment dat deze iedere zin heeft verloren (te weten ná een onherroepelijke rechterlijke uitspraak) kán de wetgever niet voor ogen hebben gestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4, en de alinea staat in dat document op bytes 16667 tot 17793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4 | shasum -a 256