Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0694.

3.16 Ik voor mij zou menen dat het niet doenlijk is voor alle zojuist genoemde gevallen één of enkele voldoende houvast biedende regels te formuleren die zowel helder en gemakkelijk toepasselijk als rechtvaardig zijn. Daarom verdient het m.i. de voorkeur om deze kwestie goeddeels over te laten aan de feitenrechter. Behoudens onbegrijpelijkheid van zijn oordeel - waarover onderdeel 1 niet klaagt - ware dat in cassatie in beginsel te respecteren.(15) In zoverre persisteer ik bij mijn eerdere opvatting zoals weergegeven onder 3.9.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3434fc4dbc53633c0564cb577facf16b62a9b19198c2e62d67028caf95e8aca4, en de alinea staat in dat document op bytes 22814 tot 23364.