Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0749.

Tegen de achtergrond van hetgeen in 3.2.1 is overwogen omtrent de afwijzingsgrond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b - waaruit met name naar voren komt dat de wetgever de nadruk erop heeft gelegd dat de rechter rekening kan houden met alle omstandigheden - en in het licht van hetgeen blijkens voormeld proces-verbaal ter zitting van het Hof is aangevoerd, moet worden geoordeeld dat het Hof door het verzoek van M. en A. af te wijzen op de enkele grond dat M. niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van de in de periode van oktober 1991 tot 1 april 1993 ontstane schuld aan de gemeente 's-Gravenhage ter zake van ten onrechte verstrekte uitkeringen, tekort is geschoten in zijn motiveringsplicht. Het Hof had niet zonder enige nadere motivering, die evenwel ontbreekt, voorbij mogen gaan aan de hiervoor vermelde ter zitting aangevoerde omstandigheden.' (7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b36ce37f76442728854fec471a6387b08f7e839c21eda1f50674fad4415a66a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b36ce37f76442728854fec471a6387b08f7e839c21eda1f50674fad4415a66a0, en de alinea staat in dat document op bytes 15286 tot 16165.