Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0749.

3.13. In 's hofs bestreden overweging ligt besloten dat [verzoeker] behoorde te weten dat hij bij het (opzettelijk) plegen van de ontuchtdelicten daarbij mede zijn eigen financiële belangen, en bovendien die van zijn crediteuren op het spel zette. Daarom acht het hof hem niet te goeder trouw in de zin van art. 288, lid 2, onder b, Fw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b36ce37f76442728854fec471a6387b08f7e839c21eda1f50674fad4415a66a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b36ce37f76442728854fec471a6387b08f7e839c21eda1f50674fad4415a66a0, en de alinea staat in dat document op bytes 21400 tot 21751.