Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.3. Wanneer een hoger beroep of een cassatieberoep wordt ingesteld tegen een beschikking (tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing) waarvan de geldigheidsduur is verstreken op het moment waarop de rechter in beroep daarover oordeelt, pleegt de rechter de betrokkene bij gebrek aan belang in zijn beroep niet-ontvankelijk te verklaren(5). De gedachte, die hierachter steekt, is dat een eventuele vernietiging van de bestreden beschikking niet tot een gunstiger resultaat voor de betrokkene leidt dan van rechtswege reeds voortvloeit uit het verstrijken van de geldigheidsduur. Met andere woorden: de wens van betrokkene de ondertoezichtstelling of machtiging tot uithuisplaatsing te doen eindigen is reeds vervuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 11464 tot 12196.