Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.
2.5. Middel 3 bevat allereerst de klacht dat het hof de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep heeft genomen zonder partijen daarover te horen. Deze klacht mist feitelijke grondslag: het hof heeft de beslissing op 13 februari 2002 genomen nadat partijen op 30 januari 2002 waren gehoord. Tijdens die terechtzitting heeft de moeder, bij monde van haar raadsvrouw, kunnen aangeven welk belang zij meent te hebben bij het handhaven van haar beroep tegen de beschikking van de kinderrechter van 28 november 2000 hoewel deze beschikking inmiddels was uitgewerkt. Dat heeft zij niet gedaan. Blijkens het proces-verbaal (blz. 2) heeft het hof reeds bij aanvang van de terechtzitting de aandacht gevestigd op dit ontvankelijkheidsbeletsel. Uit het proces-verbaal maak ik niet op dat de moeder, zo zij de wens daartoe te kennen zou hebben gegeven, zich ter terechtzitting niet meer over de ontvankelijkheid had mogen uitspreken. Overigens bestaat niet een algemene regel die inhoudt dat de rechter geen rechtsgronden mag aanvullen zonder te voren partijen daarover te hebben gehoord(10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 13484 tot 14601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f | shasum -a 256