Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.7. Soortgelijke argumenten zijn eerder naar voren gebracht en toen verworpen. Zo werd het argument van de precedentwerking door de Hoge Raad van de hand gewezen. De Hoge Raad gaat ervan uit dat de kinderrechter bij ieder verzoek tot verlenging opnieuw - los van (het lot van) de voorafgaande beschikkingen - beoordeelt of er is voldaan aan de vereisten voor een ondertoezichtstelling resp. machtiging tot uithuisplaatsing(11). Het argument van de genoegdoening werd door de Hoge Raad verworpen in HR 26 januari 1996, NJ 1996, 377. Voor zover middel 3 met het woord "genoegdoening" doelt op een zuiver emotioneel belang van de moeder kan, naast de reeds aangehaalde rechtspraak, bovendien worden gewezen op HR 9 oktober 1998, NJ 1998, 853(12). Voor zover het middel met het woord "genoegdoening" doelt op een financiële vergoeding, zou ik in afwijking van HR 26 januari 1996 niet bij voorbaat willen uitsluiten dat een dergelijk financieel belang het doorzetten van het hoger beroep of cassatieberoep kán rechtvaardigen, ook al is de geldigheidsduur van de bestreden machtiging inmiddels verstreken: door een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing verkrijgt deze immers machtiging bindende kracht (in het bestuursrecht zou men zeggen: formele rechtskracht). Een vernietiging van de bestreden beschikking die wordt gevolgd door een afwijzing van het inleidend verzoek tot (verlenging van de) uithuisplaatsing, brengt daarentegen met zich mee dat de titel voor de tenuitvoerlegging met terugwerkende kracht wegvalt. Het tenuitvoerleggen van een bij voorraad uitvoerbaar verklaarde rechterlijke uitspraak die nadien in beroep wordt vernietigd kán onder omstandigheden een onrechtmatige daad opleveren jegens de geëxecuteerde(13). Een dergelijk belang bij de handhaving van het beroep zal wel uitdrukkelijk moet worden gesteld. In het algemeen immers mogen de rechter en de wederpartij ervan uitgaan dat het hoger beroep resp. cassatieberoep tegen een machtiging tot uithuisplaatsing uitsluitend ertoe strekt de bestreden machtiging te doen eindigen(14). Is een ander belang bij het instellen c.q. handhaven van het hoger beroep resp. cassatieberoep in het spel, dan zal de appellant resp. de eiser/verzoeker in cassatie dat belang reeds in de desbetreffende instantie naar voren moeten brengen; het staat de rechter niet vrij de feiten aan te vullen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 15488 tot 17904.