Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.
2.8. In het onderhavige geval heeft de moeder bij de behandeling van het hoger beroep geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het handhaven van haar hoger beroep tegen de beschikking van 28 november 2000 zouden kunnen rechtvaardigen. Wanneer de eerdere jurisprudentie overeenkomstig wordt toegepast, is de conclusie dan ook dat het hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep tegen de beschikking d.d. 28 november 2000. Middel 3 treft geen doel. In het cassatierekest heeft de moeder zich niet uitgesproken over de vraag wat haar belang is bij het instellen van cassatieberoep nadat de desbetreffende machtigingen tot uithuisplaatsing waren uitgewerkt. In lijn met het voorgaande, behoort de moeder in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 17924 tot 18787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f | shasum -a 256