Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.10. Onderdeel 1.a betoogt dat uit de fair trial-regel van art. 6 EVRM voortvloeit dat het hof slechts met de herformulering van de vragen genoegen had mogen nemen indien de deskundige zou hebben uitgelegd dat - en waarom - hij niet in staat was de door het hof geformuleerde vragen te beantwoorden. M.i. faalt deze klacht om de zo-even genoemde redenen. Ik ben het eens met de stelling dat voorkomen moet worden "dat de deskundige de leidinggevende functie van de rechter overneemt", maar die stelling rechtvaardigt de klacht niet: door de feitelijke gang van zaken is het risico dat de deskundige "op de stoel van de rechter gaat zitten" juist voorkómen. Wanneer men de vraagstelling volgens de tussenbeschikking legt naast de formulering volgens FORA ontbreekt in de laatstgenoemde het normatieve woord "toereikend". De vraagstelling volgens FORA is dus het meest neutraal geformuleerd. De motiveringsklacht van onderdeel 1.b faalt om dezelfde reden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 20752 tot 21720.