Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.11. Onderdeel 1.c betoogt dat het hof, alvorens de bezwaren van de moeder tegen de herformulering van de vraagstelling door de deskundige te verwerpen, de deskundige had dienen te horen. Het onderdeel wijst in dit verband op art. 224 lid 2 (oud) Rv resp. art. 194 lid 6 (bedoeld zal zijn: lid 5) Rv(19). Ook deze klacht faalt. Reeds uit de tekst van art. 194 Rv volgt dat de rechter een nadere toelichting van de deskundige kan bevelen; de rechter is daartoe niet verplicht. Uit het proces-verbaal en de overige gedingstukken blijkt niet dat de moeder om een nader verhoor van de deskundige op dit punt heeft verzocht. Daarenboven - en dat is m.i. doorslaggevend - heeft het hof in rov. 2 van de eindbeschikking overwogen dat de herformulering door FORA de essentie van de vraagstelling van het hof niet aantast. Middel 1 leidt dus niet tot cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 21740 tot 22605.